Alle berichten van Ron van Kleef

EU nymphing door Frans en Wil Dirks.

Door omstandigheden kon de geplande voorbinder niet aanwezig zijn deze avond. Frans en Wil Dirks hebben de bindavond ingevuld met een uitstekend verzorgde introductie over EU Nymphing. Frans begon zijn uitleg dat EU nymphing eigenlijk al het goede heeft van Czech-, French-, Polish- en Italian nymphing. Als lijndraad werd een film vertoond over Amerikanen die aan het WK-vliegvissen hebben meegedaan, maar daar nooit in de top konden meedraaien, omdat ze “oude” vismethoden gebruikte. Door het overnemen van het EU nymphing stegen zij aanzienlijk in de rangrijst. Om de effectiviteit van verschillende vismethoden te vergelijken werd op 1 stuk rivier achtereenvolgens op de manieren gevist. Als eerst met een droge vlieg (matige vangst), daarna met een standaard nymphing methode met een beetverklikker en een standaard vliegenlijn (redelijke vangst), en als laatste met EU nymphing methode (beste vangst). Er wordt bij EU nymphing gevist met zachte lichte hengels #2 of #3 met een lengte van 9,5 tot wel 11 ft. Wil had ook hengels meegebracht om ze te kunnen laten zien en ervaren hoe deze aanvoelen. Er wordt dus gevist zonder drijvende beetverklikker en drijvende vliegenlijn omdat die met een plons op het water valt, en drijven met de snelheid van de bovenste waterlaag. Op de film was duidelijk te zien dat op sommige plaatsen het water dicht bij de bodem veel trager stroomt, of zelfs achter een steen de stroming in de tegenovergestelde richting kan gaan! De drijvende beetverklikker zou daardoor de nymphen veel te snel en daardoor onnatuurlijk “meetrekken”. Bij de EU-nimphing methode blijft de vliegenlijn op de rail, daaraan zit een duidelijk zichtbare, bijv. witte indicator mono van ongeveer Ø 0,28mm, vervolgens een stukje 2 kleurige indicator mono (Dat deel is eigenlijk de beetverklikker), daarna standaard nylon van Ø 0,20mm waaraan een tippet ringetje werd gezet. Hieraan kom de Ø 0,12mm nylon met de 2 nymphen, de lengte van de nylon wordt bepaald door de waterdiepte.
De hengel wordt bij het vissen hoog gehouden. De Ø 0,12mm nylon lijn snijdt als het ware door het water, de stroming heeft er dus nagenoeg geen invloed op. Daardoor kunnen de nymphen dicht bij de bodem op de juiste snelheid, op een natuurlijke manier bewegen.

Zodra je voelt dat de nymph wordt gestopt, je ziet dat ook aan de strike indicator, dien je aan te slaan. Of het was een steen, of natuurlijk een mooie forel of vlagzalm.

Na de pauze was het de beurt aan Wil. Hij bond 1 van zijn favoriete nymphen voor, die goed als punt nymph gebruikt kan worden bij het EU-nymphen. Hij bond op een Hanak 450 BL #16 jig haak.
Als eerste plaatste hij de slotted tungsten gold bead zo hoog mogelijk op de haak en zette die vast met binddraad. Vervolgend werd een dun koperdraadje ingebonden. Daarna werden 3 fibers van een fazantenstaart als staartjes ingebonden, welke als lengte maar de helft van de haaksteel waren. Met de binddraad werd een getaperde body gemaakt en de fazanten fibers netjes naast elkaar naar voren om de haaksteen gewikkeld.  De koperdraad welke als als ribbing en tevens versteviging dient werd  in tegengestelde richting in open slagen naar de bead gebracht. Als laatste werd met peacock spectra dubbing een thorax net achter de bead gemaakt waarna binddraad kon worden afgebonden.

Het was een zeer veelzijdige en leerzame avond, die ook ons meer vis kan opleveren, als je voor dit EU nimphing open staat.
Frans & Wil, super bedankt!

Knopen kun je niet kopen.

Eigenlijk stond deze presentatie op de agenda voor 15 december maar door ziekte van Richard Verbeek kon die helaas niet doorgaan.  15 December werd daardoor een video avond, met diverse vliegvisfilms. Op 29 december kon de presentatie “Knopen kun je niet kopen” alsnog gegeven worden. De meeste benodigde zaken voor het vliegvissen kun je in de winkel kopen zoals: hengel, reel, backing, vliegenlijn etc. maar dit geld niet voor de knopen die de verschillende delen van de lijn met elkaar verbinden en wel degelijk van groot belang zijn. Een goede knoop kan resulteren in het landen van een mooie vis, een slechte knoop in lijnbreuk (veelal op een knoop) waardoor de vis ontsnapt met je zelfgebonden vlieg. Daar komt nog bij dat veel vliegvissers een aantal essentiële knopen nog nooit heeft gelegd, omdat de winkelier vaak je backing en vliegenlijn al op de reel monteren. In deze presentatie liet Richard de meest gebruikte knopen zien welke je nodig hebt om alle delen met elkaar te verbinden vanaf de reel tot aan de vlieg en alles dat daar tussen zit. Het was een actieve presentatie waarbij iedereen zelf mee kon doen, Richard had namelijk voor stukken vliegenlijn, backing en nylon gezorgd. Als eerste was de arbor knoop aan de beurt, hiermee wordt de backing aan de reel vast gezet. Belangrijk is oa. dat deze niet mee gaat draaien door Erik werd nog aangevuld dat je dit kan bereiken door nog een extra mastworp op de reel te leggen. Als tweede de albright knoop, deze knoop verbind de backing met de reel. De naadknoop wordt gebruikt om de leader aan de vliegenlijn te monteren. Diervoor heb je we als hulpmiddel een spijker, naald maar bij voorkeur een stevig buisje nodig waar je de leader terug doorheen kan steken. Daarna wordt het buisje uiteraard verwijderd. Hoe harder er aan de leader getrokken wordt hoe, hoe vaster de knoop komt te zitten. Met een bloedknoop kun je zelf een leader opbouwen, deze knoop is alleen geschikt om 2 stukken nylon aan elkaar te maken waarbij de diameters van beide stukken niet te veel in dikte verschillen. Het maken van deze knoop viel niet mee, vaak worden hiervoor extra gereedschappen gebruikt  omdat je aan 2 handen eigenlijk niet genoeg hebt. Ook de perfection loop en surgeon loop en dropper loops (allemaal lussen) werden uitgelegd en geoefend. Als laatste verschillende mogelijkheden om de vlieg aan de tippet te maken. Standaard wordt hiervoor de verbeterde clinchknoop voor gebruikt. De uniknoop wordt vooral gebruikt bij fluorcarbon en heeft als voordeel dat er een klein lusje overblijft indien je de knoop niet helemaal aantrekt tot aan het haakoog.

De rapala knoop was als laatste aan de beurt. Hierbij hangt de streamer of nimf echt in een permanent lusje. Het was een actieve drukke (we waren met 15 personen) en leerzame presentatie.

Richard bedankt,

Snoeken en IJs.

Over het snoeken op 4 december kunnen we kort zijn,we hadden er alle 7 veel zin in. Hoe dichter we bij Brandwijk kwamen des te duidelijker het werd dat er echt overal ijs lag, en vliegvissen dus niet mogelijk was. Wel hebben we de locaties bekeken die we hadden doorgekregen, en die zagen er snoekerig uit.

Helaas, volgende keer beter!

VNV thema-avond Entomologie.

Deze thema-avond was voortgekomen uit de vergadering van de VNV eerder dit jaar waarbij er bestuursleden van een 8-tal vliegvisverenigingen uit zuid Nederland waren uitgenodigd. Uiteraard waren er ook bestuurleden van de KVVC aanwezig. De VNV had Paul Blokdijk bereid gevonden deze thema-avond te verzorgen voor de geïnteresseerde verenigingen. In de Nederlandse vliegvis wereld is Paul Blokdijk bepaald geen onbekende. Hij heeft oa. De vliegvisboeken: Beginnen met vliegvissen in Nederland, Negenvliegen, Vliegviswater in Nederland en nog veel meer geschreven. Als locatie was er gekozen voor Zalencentrum “De Graver” in Valkenswaard. De VNV had aangegeven dat er maximaal 40 personen aan konden deelnemen. Achteraf hadden er zich 10 leden van de KVVC opgegeven waardoor we goed vertegenwoordigd waren! Als vliegvisser hebben wij natuurlijk meer dan normale belangstelling voor insecten en waterdiertjes en met name voor die types die als voedsel voor de vis dienen. Hoe meer je daar van weet, hoe groter je kansen aan de waterkant.

Entomologie (insectecunde), is de macrofauna (Ongewervelde zoetwaterdieren die met het blote oog te zien zijn.) Paul gaf direct aan welke dieren hierop de uitzondering zijn maar wel belangrijk voor vliegvissers. De macrofauna werd in categorieën verdeeld. Ook het milieu (waterconditie) bepaald voor een groot deel wat er in kan leven. Ook afhankelijk wat de waterdiepte komen er verschillende soorten en aantallen insecten voor. Tussen de 10 en 40cm diepte leeft dus echt het meeste voedsel voor de vissen! In de pauze van de presentatie bood de VNV alle aanwezigen een drankje aan. vervolgens werd het water verdeeld in 4 verschillende categorieën afhankelijk van de hoogte waarop het ligt, dit samen met de vissen die daar voorkomen en insecten. Als laatste kwamen de belangrijkste insecten aan bod (voor de vliegvissers) en de levenscyclus die deze doorlopen zoals: eendagsvlieg, kokerjuffer, steenvlieg, muggen, keversoorten, vlokreeft, vliegen, libellen, duikerwants etc.

Het was een goed verzorgde, en zeer interessante avond waarvoor we Paul Blokdijk en natuurlijk de VNV van harte willen bedanken.

Squirmy binden met Frans Dirks.

Er zijn bij de KVVC al veel vreemde nimfen gebonden, maar deze spant wel de kroon. Deze nimf bestaat pas een paar jaar en heeft mogelijk de palolo worm nimf als voorbeeld gehad. De squirmy wordt op stilstaand water zoals forellenputten vaak statisch gevist in tegenstelling tot op rivieren waar hij door de stroming wordt meegenomen. Naast forellen zijn er ook voorns, brasems, windes en zelfs karpers mee te vangen. Hij wordt gebonden met squirmy legs welke o.a. door het merk flybox worden verkocht. Het is een rond soepel rubberachtig materiaal dat erg rekbaar is. Het kan worden uitgerekt tot wel 10 keer de oorspronkelijke lengte, en wordt daarbij gelijkmatig dunner. Je dient de squirmy legs zonder kracht op de dikke binddraad te zetten te binden, omdat je deze anders doorsnijdt. Frans bond ze op grote haken (#10) en ze werden allen voorzien van een 3,8mm tungsten slotted bead.

Bij nimf #1 werd een stuk rode squirmy leg van 5cm gebruikt welke voorzicht, met 2 slagen achter op de haak vast gezet waarbij 1/3 richting haakoog, en 2/3 naar achter wees. Door beide uiteinden omhoog te houden en een paar slagen tussen de squirmy leg en haak door te leggen werd deze boven op de haak gepositioneerd en bleef daar ook zitten. Richting haakoog werd de squirmy leg uitgerekt en met een aantal slagen om de haak gedraaid tot aan de bead, waar deze werd afgeknipt. Net achter de bead werd glimmende roze dubbing aangebracht waarna de nimf werd afgebonden.
#2 was ook rood maar werd gebonden met een stuk van 8cm. Hij werd op dezelfde manier gebonden als #1 alleen het overgebleven stuk squirmy leg achter de bead werd niet afgeknipt waardoor er 2 stukken los hingen, wat voor extra actie in het water zorgt.

Bij #3 werd de bruine squirmy leg eerst m.b.v. een bobbin threader door de bead getrokken en vervolgend achter op de haak gebonden. De binddraad werd van bruine, glimmende dubbing voorzien waarmee de squirmy leg tot aan de bead werd omwikkeld en afgebonden. Hierbij hangt er dus een deel achter de haakbocht en voor het haakoog los.
Met de uitleg van #4 zijn we snel klaar, deze was hetzelfde als #1 maar dan met bruine squirmy leg.
Het was flink aanpoten om 4 nimfen te binden, maar zoals Frans zij, je hebt er nu direct genoeg om te kunnen gaan vissen.
Frans bedankt voor deze gezellige en leerzame bindavond.