Categoriearchief: Binden

Binden met Feitse Bootsman.

Het onderwerp van deze bindavond was kleine droge cdc vliegjes.
Feitse gebruikte hiervoor bindpatronen en technieken van de Italiaan Agostino Roncallo.
Eigenlijk bond hij de meeste vliegen 2 keer, waarbij de eerste een standaard droge vlieg was gebonden op haakje #18, en vervolgens nogmaals die vlieg maar dan met een “toevoeging” en op haakje #16. In totaal werden er 6 vliegen gebonden, het was dus flink aanpoten voor de aanwezige binders. Dit keer was het binden met dunne binddraad, 14/0  of vergelijkbaar echt een must!

#1 Was de Humphy op haakje #18. Deze bestond alleen uit 1 cdc veerje welke met de holle kant naar boven op de haaksteel naar achter werd ingebonden. Vervolgend werd de veer als dekschildje terug gevouwen en voor het haakoog vastgezet. De fibers welke aan de achterzijde los waren geschoten diende als staartje. De techniek voor het maken van de vleugel was voor alle vliegjes die we deze avond maakte hetzelfde en wordt daarom alleen hier bij de eerste beschreven! De veer steekt nu dus tot ver voorbij het haakoog naar voren. Met een hackleplier hielt Feitse de punt van de cdc veer vast, en met de vrije hand streek hij zo veel mogelijk fibers terug in de richting van de haak. Met de binddraad zette hij vervolgens alle terug gestreken fiber vast net voor het haakoog en zorgde dat de “vleugel” omhoog en schuin naar achter wees. De rest van de veer inclusief stam bleef hierbij naar voren steken en werd vervolgens afgeknipt. Na het afbinden was de Humphy klaar.
#2 Een Humphy op haak #16 met als toevoeging, dat er net voor het terugslaan van de veer als dekschildje, er een fiber uit het oog van een pauwenveel als body om de haaksteel werd gewikkeld wat een mooie natuurlijke glinstering opleverde.

#3 Was een sedge op haakje #18 met een extended body van een cdc veer. Als body werd er 1 fiber van een grijze ganzenveer om de haaksteel van achter naar voren gewikkeld wat een mooie ribbing opleverde. De vleugel werd op dezelfde manier gemaakt als bij de Humphy, maar nu werd deze platter gebonden en gelijk met de achterzijde van extended body afgescheurd, waardoor het een sedge werd.
#4 Werd gebonden op haakje 16 en had als toevoeging een thorax van blauw/groene spectra dubbing.

#5 Was een spent op haakje #16. In de haakbocht werd een butt van pearl tinsel gewikkeld, welke op het einde van de haaksteel een kleine verdikking opleverde waardop de lange fiber uit een bruine hackle netjes gespreid konden worden ingebonden als staartje. De body was opnieuw de grijze ganzenveer. De cdc werd vervolgens naar voren ingebonden waarnaar er opnieuw zoveel mogelijk fibers terug werden gestreken en de omhoog staande vleugel ontstond. Alle cdc fibers en schacht welke voor het haakoog uitstaken werden afgeknipt. Vervolgens werd de schacht van de veer, welke boven de body hing en dus niet was afgeknipt, naar voren geklapt waardoor de vleugel in tweeën gedeeld werd. Beide vleugels kwamen daardoor helemaal plat te liggen. Na het afbinden was de spent klaar.

#6 was ook gebonden op Haakje #16, had eenzelfde butt, staart en lijfje. Daarna werd een cdc veer met de holle kant naar boven richting de haakbocht ingebonden. Van de fiber van een pauwenveer werd een thorax gewikkeld waarna de cdc veer er als dekje overheen geslagen werd. Als laatste was de vleugel weer op eenzelfde manier aan de beurt, welke nu omhoog gebonden was.

Deze bindavond leverde 6 schitterende kleine droge vliegjes op, Feitse bedankt.

Vliegvis event met Leon Janssen.

Op 16 februari heeft de KVVC Valkenswaard samen met de vliegvisverenigingen VVC Midden Limburg Neeritter, VVC St Petrus Weert en Flymph Veldhoven een vliegvis event met Leon Janssen georganiseerd. Als locatie was gekozen voor Forellenvisvijver Heinoord, wat het thuishonk is van VVC Midden Limburg. In totaal waren er 32 vliegvissers aanwezig.
Om 10:00u starte Leon met zijn presentatie over het insecten leven (entomologie). Als leidraad gebruikte hij het boek Wondervliegen deel 2 waarvan hij de auteur is. Ook nu begon hij met de vliegen welke als eerste in het vroege voorjaar op de “forellen rivieren” in België en ook Duitsland op het water verschijnen. Voorbeelden hiervan zijn de Blue dun (Baetis rhodani) en de March Brown (Rhitrogena haarupi). Veel aandacht bestede hij aan de kleuren, afmetingen, silhoueten en footprints van de vliegen. Leon gaat namelijk altijd uit van wat de vis ziet, dus de onderkant van de vlieg. Uiteraard vertelde hij ook veel over zijn vis ervaringen op de verschillende rivieren waar hij heeft gevist. Helaas waren niet alle afbeeldingen voor iedereen evengoed te zien op het grote projectiescherm omdat de zon, ondanks het feit dat het nog winter was, fel binnen scheen. Leon benoemde van veel vliegen ook de meeste stadia van het insect zoals: larve, nymph, emerger, dun, sub imago, imago en spinner. Ook gaf hij aan hoe die insecten leven, en waar en hoe, met de imitaties daarvan te vissen. Om 11:15 was er een korte pauze waarna Leon snel doorging met de vliegen welke in de zomer en als laatste in de herfst en winter voorkomen.

Om 12:30u was de lunch welke door het personeel van Forellenvisvijver Heinoord werd verzorgd. De lunch bestond uit twee broodjes en een heerlijke tomatensoep.
Na de lunch werden de tafels in een U-opstelling geplaatst en de camera klaar gezet, als voorbereiding voor het binden van in totaal 5 verschillende droge vliegen. Tevens was er op dat moment de gelegenheid om het benodigde bindmateriaal te kopen bij Harry Jaegers van Martens vliegvisprodukten die ook aanwezig was.

Leon bond op Vmc 9280 haken in verschillende maten omdat die de goede verhoudingen hebben. De weerhaak knijpt hij daarbij plat. Tijdens het binden bleken deze haken een kortere haaksteel dan bijv. TMC haken te hebben, en ook dat de haakbocht wijder was, wat voor een betere inhaking zorgt. Vmc #14 = ongeveer #16 van TMC.

Als eerste was de Yellow sally aan de beurt, daaropvolgend de Loopwing emerger, Blue dun, Grey flag sedge, de Jabba, en als laatste de BWO. Na ieder vlieg kwam jij bij alle binders langs om te bekijken hoe de vlieg geworden was, en de aandachtspunten waren. Je kon je eigen vlieg op dat moment ook vergelijken met de door hem gebonden versie. Zelf gaf hij aan niet graag te binden, dus alle vliegen waren relatief snel te binden, geen hoogstandjes op vliegbindgebied waar wel goed vangende imitaties van de vlieg die op dat moment op het water aanwezig was. Hij is een purist en kiest hoofdzakelijk de volgende bindmaterialen: dubbing, smal goudtinsel, hazenvel of masker, ongeverfde cdc veertjes (omdat die beter drijven dan de geverfde veertjes), fanzantenstaartfibers en de SKIN, die moet van de beste kwaliteit zijn.

Om 16:00u werd eindigde dit geweldige vliegvis event.
We willen Leon Janssen dan ook hartelijk bedanken voor deze leerzame en gezellige dag.

Bindavond met Henk Schiltmans.

Op deze clubavond hadden we Henk Schiltmans (http://www.flyfishingdutchman.nl/) uitgenodigd om boobies voor te komen binden. Hij begon zijn verhaal hoe er mee te vissen. Een booby fly heeft namelijk behoorlijk wat drijfvermogen en wordt in de meeste gevallen gevist aan een zinklijn, of zinktiplijn, met daaraan nylon visdraad met een lengte van bijvoorbeeld 50 cm. De zinklijn zinkt tot op de bodem, en de booby fly zweeft er dan net boven. Als je stript, trek je de vlieg dus omlaag. Met name op reservoirs wordt deze vismethode vaak toegepast.

Om niet te veel gewicht aan de booby fly toe te voegen worden deze gebonden op een langstelige drogevlieg haak,  bijv. maat 10. Bij de eerste vlieg werd gestart met het inbinden van koperdraad,  vervolgens een flinke toef marabou als staart welke even lang was als de haaksteel. Het restant van de marabou werd om de haaksteel gewikkeld als lijfje tot 3mm voor het haakoog. De koperdraad werd er in tegengestelde richting omheen gewikkeld als ribbing. Vervolgens werden 2 even grote piepschuim bolletjes strak in een stukje panty gewikkeld en op de haaksteel net achter het oog met achtjes goed vastgezet waarna de draad kon worden afgebonden.
De tweede vlieg was nagenoeg hetzelfde van opbouw maar had een lijfje van ruige, glimmende, cactus chenille, geen ribbing, en in verhouding erg grote piepschuim ballen, dus zoiets als een vlieg met cupmaat dd.

De derde en tevens laatste booby fly had ook een staart van marabou, een lijfje van standaard dunne, niet glimmende chenille, en als boobies een foam buisje dat eerst met achtjes boven op de haaksteel werd ingebonden, en daarna pas aan beide zijden op lengte afgeknipt.

Het waren dit keer geen ingewikkelde vliegen met moeilijke technieken, maar wel echte vangers!
Henk bedankt,

EU nymphing door Frans en Wil Dirks.

Door omstandigheden kon de geplande voorbinder niet aanwezig zijn deze avond. Frans en Wil Dirks hebben de bindavond ingevuld met een uitstekend verzorgde introductie over EU Nymphing. Frans begon zijn uitleg dat EU nymphing eigenlijk al het goede heeft van Czech-, French-, Polish- en Italian nymphing. Als lijndraad werd een film vertoond over Amerikanen die aan het WK-vliegvissen hebben meegedaan, maar daar nooit in de top konden meedraaien, omdat ze “oude” vismethoden gebruikte. Door het overnemen van het EU nymphing stegen zij aanzienlijk in de rangrijst. Om de effectiviteit van verschillende vismethoden te vergelijken werd op 1 stuk rivier achtereenvolgens op de manieren gevist. Als eerst met een droge vlieg (matige vangst), daarna met een standaard nymphing methode met een beetverklikker en een standaard vliegenlijn (redelijke vangst), en als laatste met EU nymphing methode (beste vangst). Er wordt bij EU nymphing gevist met zachte lichte hengels #2 of #3 met een lengte van 9,5 tot wel 11 ft. Wil had ook hengels meegebracht om ze te kunnen laten zien en ervaren hoe deze aanvoelen. Er wordt gevist met een drijvende vliegenlijn en zonder “zware” beetverklikker ,  omdat die met een plons op het water valt, en drijven met de snelheid van de bovenste waterlaag. Op de film was duidelijk te zien dat op sommige plaatsen het water dicht bij de bodem veel trager stroomt, of zelfs achter een steen de stroming in de tegenovergestelde richting kan gaan! De drijvende beetverklikker zou daardoor de nymphen veel te snel en daardoor onnatuurlijk “meetrekken”. Bij de EU-nymphing methode blijft de vliegenlijn op de rail, daaraan zit een duidelijk zichtbare, bijv. witte indicator mono van ongeveer Ø 0,28mm, vervolgens een stukje 2 kleurige indicator mono (Dat deel is eigenlijk de beetverklikker), daarna standaard nylon van Ø 0,20mm waaraan een tippet ringetje werd gezet. Hieraan kom de Ø 0,12mm nylon met de 2 nymphen, de lengte van de nylon wordt bepaald door de waterdiepte.
De hengel wordt bij het vissen hoog gehouden. De Ø 0,12mm nylon lijn snijdt als het ware door het water, de stroming heeft er dus nagenoeg geen invloed op. Daardoor kunnen de nymphen dicht bij de bodem op de juiste snelheid, op een natuurlijke manier bewegen.

Zodra je voelt dat de nymph wordt gestopt, je ziet dat ook aan de strike indicator, dien je aan te slaan. Of het was een steen, of natuurlijk een mooie forel of vlagzalm.

Na de pauze was het de beurt aan Wil. Hij bond 1 van zijn favoriete nymphen voor, die goed als punt nymph gebruikt kan worden bij het EU-nymphen. Hij bond op een Hanak 450 BL #16 jig haak.
Als eerste plaatste hij de slotted tungsten gold bead zo hoog mogelijk op de haak en zette die vast met binddraad. Vervolgend werd een dun koperdraadje ingebonden. Daarna werden 3 fibers van een fazantenstaart als staartjes ingebonden, welke als lengte maar de helft van de haaksteel waren. Met de binddraad werd een getaperde body gemaakt en de fazanten fibers netjes naast elkaar naar voren om de haaksteen gewikkeld.  De koperdraad welke als als ribbing en tevens versteviging dient werd  in tegengestelde richting in open slagen naar de bead gebracht. Als laatste werd met peacock spectra dubbing een thorax net achter de bead gemaakt waarna binddraad kon worden afgebonden.

Het was een zeer veelzijdige en leerzame avond, die ook ons meer vis kan opleveren, als je voor dit EU nymphing open staat.
Frans & Wil, super bedankt!

Koppelviswedstrijd Flymph.

2 Keer per jaar organiseert Flymph een koppelwedstrijd voor de eigen leden. Voorafgaand aan de wedstrijd worden er in het Witven dan 600 forellen uitgezet. Dit keer waren de KVVC leden uitgenodigd om aan de wedstrijd deel te nemen.
In de ochtend was het een One Fly wedstrijd, wat inhield dat iedereen met eenzelfde vlieg diende te vissen. Wel was het zo dat indien je deze verloor, je bij de wedstrijdleiding een nieuwe kon gaan halen. Uiteraard was het wel de bedoeling dat je de vlieg waarmee je ging vissen ook zelf bond!

Daarom was er op 16 oktober een bindavond georganiseerd voor iedereen die mee deed aan de wedstrijd. Flymph en de KCCV hadden voor het benodigde bindmateriaal gezorgd en Feitse bond deze voor. In totaal bond iedereen 2 vliegen.

Op zaterdag 27 oktober was het dan zo ver, om 9:00u uur was de officiële loting waarbij de 21 deelnemers in koppels werden verdeeld en er werd bepaald wie in welke manche waar viste. Om 9:30u klonk het startsignaal. Het weer was super, en binnen enkele minuten werden de eerste forellen gevangen. In de ochtend werden er 4 manches van 40 minuten gevist. Het koppel dat op dat moment aan de leiding ging had 3 vissen weten te vangen. Aansluitend was er een heerlijke lunch met soep, en broodjes welke door het Witven was verzorgd.

Na de pauze volgde nogmaals 4 manches, waarin iedereen nu zelf mocht bepalen met wat voor vlieg / nymph er gevist werd. Net als in de ochtend werd er ook nu weer door de wedstrijdleiding gecontroleerd met wat voor vlieg je viste, en dat er weerhaakloos gevist werd. Ook schonken ze een borreltje Schrobbelèr, dat ging er wel in. Toen het eindsignaal klonk werden de waadpakken uit gedaan en hengels afgetuigd. Op het terras werd in het zonnetje nog een drankje gedronken en de uitslag bekend gemaakt. Het winnende koppel was Wouter (Flymph) en Jeroen (KVVC) met in totaal 8 gevangen forellen!
Hierbij willen de het bestuur van de Flymph nogmaals bedanken voor het mee mogen vissen in deze gezellige, goed georganiseerde wedstrijd.

Binden met Theo Bakelaar.

We hadden Theo uitgenodigd en gevraagd of hij streamertjes wilde komen voorbinden bij de KVVC. Iedereen kreeg een zakje met daarin alle materialen voor de eerste streamer, het was dus weer perfect voorbereidt. De eerste reactie van de meeste binders was: “die haak is groot”, waarop Theo antwoordde, het is gemakkelijker om met een grote streamer te oefenen en ze later als je dat wil kleiner na te binden. Maar een snoekbaars, of zeebaars weet met deze maat echt wel raad!

De eerste werd een up-side-down versie, waardoor de haak ook met de haakpunt omhoog in de vice werd geplaatst. Diep achter in de haakbocht werd de binddraad opgezet, pearl tubing met een diameter van 10mm ingebonden waarna de draad daar direct werd afgebonden. In de tubing werden 3 messing beads  gedaan welke dienst deden als ratelaar en verzwaring. Net achter het haakoog werd de binddraad opnieuw opgezet en daar werd de open zijde van de tubing dicht gebonden. Daarna was een 10cm lange zonkerstrip aan de beurt. De haakpunt werd er halverwege vanaf de onderzijde door geprikt, waarna deze strak over de haaksteel naar voren werd getrokken, bij het haakoog werd vastgezet, en de draad weer kon worden afgebonden. Als laatste werden de 3D oogjes, met ovale pupillen, op de tubing gelijmd, en klaar was de 1e streamer.
Bij de 2e streamer werd eerst palinghuid gevouwen en dubbel in de juiste vorm geknipt, uiteraard uitlopend in een spits staartje. Deze bond hij in ter hoogte van de haakpunt, daar werd ook een smalle zonkerstrip in gebonden welke om de haaksteel naar voren werd gewikkeld waar hij de draad bij het haakoog afbond. Theo schoof vervolgens een 3cm lang, stukje pearl tubing, deze was wat dunner en stugger, over zonkerstrip zette bij het haakoog de binddraad weer op zette de tubing daar vast waarna de streamer kon worden afgebonden. Daarna waren de plakoogjes weer aan de beurt en was ook deze klaar. Theo gaf nog aan dat als de palinghuid droog is, deze hard is, maar nat wordt hij zacht en erg bewegelijk.

En toen was het PAUZE, tijd voor een pilsje, frisje of sigaret. Als kers op de taart bond Theo als laatste ook nog een popper voor. De staart bestond uit 2 gekleurde slappe veren welke aan beide zijde van de haak met de bolling naar buiten werden gebonden. Daartussen kwamen een paar strengen cristalflash. Er werd een grote marabou veer met de punt ingebonden, en om de haaksteel tot 2cm voor het haakoog gewikkeld. De binddraad werd helemaal tot het haakoog door gewikkeld en daar afgebonden. In de popperkop werd met een hete dubbingnaald een gaatje geprikt, zodat deze kop over het haakoog op de haaksteek werd geschoven. Uiteraard niet vergeten om op de plaats waar de popperkop komt te zitten eerst wat superlijm aan te brengen op de daar aanwezige binddraad. De oogjes werden in de uitsparingen gelijmd, en klaar was de popper.

De bindavond was erg gezellig, leerzaam en leverde 3 super streamers op!!!

Theo bedankt,