Categoriearchief: Binden

Euro nymphing met Andre van der Kuip

De bindavond van 26 maart stond in het teken van euro nymphing met Andre van der Kuip als demobinder. Zijn vrouw Donna was er ook bij, ook zij is een fanatiek vliegvisser, en maakt zelfs deel uit van het Nederlands vliegvis team en gaat dit jaar deelnemen aan het WK in Noorwegen.

Andre startte met uitleg over euro nymphing waarbij met meerdere nymphen onder de top van de hengel wordt gevist. Omdat je maar over een beperkte afstand kunt vissen is het belangrijk de nymphen snel op de gewenste diepte te krijgen, wat meestal net boven de bodem is. Omdat te bereiken dienen de nymphen, op met name snelstomend water, niet alleen flink verzwaard te zijn, maar ook slank, dus weinig weerstand bij het afzinken. Ook is het een misverstand dat de zwaarste altijd onder, dus de puntvlieg moet zijn. Nadat de verdere montage was besproken kon er begonnen worden met het binden.

 
Alle nymphen werden deze avond gebonden op Hends jig haaken type BL134 #16 en met zwarte splitsbare binddaad bijv. #8.
Nadat de roze slotted 3,8mm tungsten bead op de haak was gezet werd de binddraad opgezet. Aansluitend stak hij 0,7mm dikke looddraad ook in de gleuf van de bead aan de bovenkant op de haak. Deze werd met de binddraad ingebonden, waarbij hij de druk op de binddraad bij het naar achter wikkel steeds groter maakte waardoor deze op den duur de looddraad doorsneed, en dat was boven de haakpunt. Doordat het gewicht van de tungsten bead en looddraad boven op de haaksteel zitten, is het gewicht daar zo groot dat de nypmph bij het vissen ondersteboven komt te hangen, waardoor de haakpunt omhoog wijst en de kans om vast te komen zitten kleiner wordt.

Alle materialen die daarna werden ingebonden bond hij achter de looddraad om op die manier een taps lijfje te kunnen maken. Als eerste was het roze staartje (1,0mm tag wire) aan de beurt, en daarna 0.18mm dikke zilverkleurige metalen draad. De binddraad werd naar de bead gebracht waardoor het lijfje helemaal zwart was geworden en taps van vorm. De metalen draad werd in tegengestelde richting als ribbing in een 5-tal slagen naar de bead om de haaksteel gewikkeld. Door deze daar een paar keer op en neer te bewegen brak die af, waardoor knippen niet nodig was. Om het lijfje glad en duurzaam te maken werd die afgelakt. Als laatste splitste hij de binddraad en plaatst daarin een kleine hoeveelheid roze UV Ice-dubbing en maakte daarvan een klein kraagje achter de bead waarna de nymph werd afgebonden. Om te oefenen werd deze nymph nogmaals geboden.

Tijden de pauze werd onder het genot van een drankje een nieuw type 3-delige splitcane #1 die Jack zelf had gemaakt bekeken en uitgetest. Ook werden de supervangsten van 22 maart op OVM nog uitgebreid besproken.

De tweede nymph werd grotendeel op dezelfde manier gebonden. Alleen nu met een zilverkleurige slotted 3,8mm tungsten bead. Ook de looddraad werd weer op de zelfde manier vast gezet. Als staartje werden nu 4 fibers van een coc de leon veer ingebonden. De lengte van dit staartje was even lang als de helft van de haaksteel. Daarna was de zilverkleurig metalen draad weer aan de beurt, en werd het lijfje gemaakt en voorzien van de ribbing en bindlak. De binddraad werd ook nu weer gesplitst en voorzien van paarse UV Ice-dubbing voor het maken van een klein kraagje. De draad nogmaals gesplitst en nu werden er de cdc fibers van 1 zijde van een veer in gezet en met een paar slagen om de haaksteel gewikkeld. De fibers kwamen maximaal tot het einde van de haakbocht. Als laatste werd de draad voor de derde gesplitst en voorzien van paarse UV Ice-dubbing voor het maken van een klein kraagje net achter de bead waarna er werd afgebonden. Ook van deze nymph bonden we er 2.

Andre en Donna bedankt voor deze interessante en goed verzorgde, gezellige bindavond!

Binden met Bert Worms

Op donderdag 22 januari was Bert de voorbinder op de KVVC bindavond. Op het programma stond de Preska nymph en een variatie daarop die succesvol zijn ingezet in 2025 in Duitsland en Luxemburg. De aanleiding voor het binden van de Preska nymph was een visavond in het voorjaar van 2024 bij De Ronde Bleek. De “andere” Bert had daar op de kreken meerdere forellen gevangen met deze nymph. Bert begon met een presentatie waarbij aandacht werd besteedt aan de historie, de wijze van vissen en de bindmaterialen van deze nymph. Het patroon is ontstaan in 1937 en later nog eens beschreven in “Zwanzig fliegenmuster reichen aus” (1977). Na de presentatie was het tijd de originele Preska nymph te binden.

Er werd gebonden op een barbless dry fly haak #10. De 6/0 bindraad in de kleur tan werd opgezet en gewikkeld tot boven de plaats waar normaal de weerhaak zit. Daar werd paarse dubbing op de draad gezet en tot 3mm voor het haakoog op de haaksteel gewikkeld. Van een grijze mallard veer werden de fibers aan de linkerzijde van de stam verwijderd waarbij de bolle zijde van de veer naar je toe gericht was. De veer werd aan de tip ingebonden met de bolle kant naar de buiten gericht, met 3 slagen richting haakoog gewikkeld waar deze werd vastgezet en afgebonden. Net achter de dubbing in de haakbocht werd de draad opnieuw opgezet. De fibers van de veer werden erg los over de dubbing naar achter gebracht en met de binddraad vastgezet en afgebonden.

Achter de haakbocht was hierdoor een “staartje” ontstaan. Vervolgens werd bij het haakoog zwarte binddraad opgezet en een gele mallard veer op dezelfde manier voorbereid en in 3 slagen om de haakbocht gewikkeld richting haakoog. Daar werd met de zwarte draad een kopje gemaakt en de draad afgebonden en was de Preska nymph klaar. Om te oefenen werd er een 2e gebonden waarna het tijd was voor een drankje.

Na de pauze werd er een variant gebonden die een stuk eenvoudiger was, sneller te binden, en goede vangsten had opgeleverd op dieper water. Hierbij werd er als eerste een 3mm goudkleurige tungsten bead op de haak gezet waarachter 4 wikkelingen loodvrij soldeertin als verzwaring werden gelegd. De zwarte binddraad werd opgezet en net als bij de originele versie voorzien van de dubbing en richting haakoog om de haaksteel gewikkeld. De witte mallard veer werd overgeslagen waardoor meteen de gele werd ingebonden en in 3 slagen om de haakbocht gewikkeld richting haakoog. Daar werd het kopje gebonden en de nymph afgebonden. Dat ging dus aanzienlijk sneller, en uiteraard werden er hiervan ook 2 gebonden.

Dus, laat het voorjaar maar komen zodat deze nymphen kunnen worden ingezet!
Bert bedankt voor deze goed verzorgde bindavond.

(Een uitgebreidere uitleg van deze Preska nymph is voor leden te vinden op de KVVC website.)

Binden met Rob Dings

Op donderdag 27 november was Rob Dings voorbinder op de KVVC bindavond. Op het programma stonden vliegen die op 14 december gebruikt kunnen worden bij het vissen op het Oostvoornse Meer (OVM). Hij begon met het laten zien van een luchtfoto van OVM om aan te geven waar je wel en niet kunt waden en wat interessante stukken zijn om vanaf de klant of vanuit de bellyboat te bevissen. Ook vertelde hij vooral met een drijvende lijn met een X3 fluorcarbon leader met een lengte van 4-6 meter te vissen, bij voorkeur met de wind in de rug, op de ondiepe stukken.

Daarna bond hij de eerste vlieg voor, een slijkkreeftje waarbij de focus lag op bind technieken. Op de F314 #12 haak werd witte #8 binddraad opgezet waarna als eerste bij de haakbocht zoutwater flashabou boven op de haaksteel, en recht naar achter wijzend, werd ingebonden. Van een gele mallard veer verwijderde hij het puntje liet vervolgens aan beide zijden van de stam ±10 fibers staan en streek de rest plat naar achter. Zo bond hij de veer boven op de haaksteel waarbij de fibers als scharen tot voorbij de haakbocht staken en de stam van de veer dus richting haakoog wees. Daarna werd er bij de haakbocht dunne nylon draad in gebonden wat de ribbing zou worden. Aan een plukje olive kleurige dubbing voegde hij wat flash toe en plaatst die in de gesplitste draad. Hij wikkelde de draad met dubbing richting haakoog, waarbij hij na iedere wikkeling de fiber naar achter streek. De flashabou werd tussen de “scharen” door als schildje over de rug van het kreeftje gelegd en bij het haakoog vast gezet. De nylon draad werd als ribbing naar het haakoog gewikkeld waarbij het met een dubbingnaald ervoor zorgde dat er zo min mogelijk fibers plat gebonden werden. Nadat de vlieg was afgebonden werd de dubbing wat uitgekamd als pootjes en was het kleine slijkkreeftje klaar.

Na de pauze was de zager aan de beurt. Dit streamertje bond hij op een karperhaak #8. In een smal reepje olive kleurig nerts zonkerstripje van ongeveer 2cm lang had hij in het midden met een scalpelmesje een klein sneetje gemaakt. De haakpunt ging daar doorheen vanaf de onderzijde. Vervolgens werd de zwarte binddraad #8 opgezet en goudkleurige metaaldraad ingebonden bij de haakbocht. Het zonkerstripje bleef aan de onderzijde van de haak en het uiteinde werd bij het haakoog vast gebonden. Aan de bovenzijde bond hij het zonkerstripje van ongeveer 4cm ook bij het haakoog vast. De “leerzijden” werden beide met textiellijn ingesmeerd en op elkaar gelijmd. Daarna werd de gouddraad naar het haakoog gewikkeld waarbij hij met een bubbingnaald ruimte maakte tussen de haren zodat die niet plat werden gebonden. Als laatste kom het streamertje worden afgebonden. Aan de meeuwen kun je vaak zien dat er zagertjes zwemmen, het zijn dan net jaknikkers. Als je dichtbij komt vliegen ze weg, maar de vissen zijn er dan nog.

Rob en Ester bedankt voor deze gezellig bindavond, en hopelijk leveren de vliegen de volgende keer op OVM mooie forellen op.

Binden met Jack Oele

Binden Catskill dry fly

Op donderdag 25 september was Jack Oele de voorbinder op de KVVC bindavond. Op het programma stond de Catskill dry fly. Hij begon met een presentatie, met de history van deze vlieg en  hoe en wanneer er mee te vissen. Ook alle bindstappen waren in de presentatie te zien.

Daarna werd er gebonden, maar zoals hij al had gezegd het is “unne lastige”, maar wel 1 die vangt en goed zichtbaar is. Hij bond deze op een haak 2x lang #14 waardoor er voldoende ruimte was om te binden. Nadat de binddraad was opgezet was de vleugel van mallard aan de beurt. Van de veer haalde hij de fibers aan beide zijkanten eraf, en legde deze op de tip, waardoor er een flinke bos ontstond die hij boven op de haak over het haakoog inbond, met eenzelfde lengte als de haaksteel. De vleugel werd gesplitst door met de binddraad er “achtjes” omheen en tussendoor te maken. Daarna was de coc de leon als staart aan de beurt en werd een tinsel ingebonden welke als ribbing in 4 slagen over de dubbing werd gelegd. Vervolgens kwam er rond de vleugel een thorax van wat Hare’s Ear dubbing. Hij bond 2 kleuren hackles gelijktijdig in en bond deze samen vervolgens in twee slagen achter de vleugel en drie slagen voor de vleugel waarna de vlieg werd afgevonden. Als laatste knipte Jack aan de onderzijde een ruime V uit de hackle zodat de vlieg mooi recht op het water blijft staat.

Na de pauze bonden we een tweede Catskill dry fly in wat andere kleuren, en die ging al veel beter. Oefening baart kunst.
 Jack bedankt voor deze goed verzorgde, gezellige en leerzame clubavond.

KVVC Bindavond Ardennen vliegen.

Op donderdag 27 maart werd de bindavond verzorgt door Paul van de Sande. Paul is de eigenaar van Fly Scene en distributeur van oa. de merken VISION, KEEPER en Fly Scene producten. http://www.flyscene.be/

De avond stond in het teken van Ardennen nymphen voor zowel forel, vlagzalm als ook kopvoorn.
Omdat 80-90% van het voedsel dat vissen tot zich nemen zich dicht bij de bodem bevind, kun je daar dus ook de meeste vissen vangen. Slechts een klein deel is daardoor dus met de droge vlieg te vangen. De 5 zaken waar je mee te maken hebt bij het op diepte brengen van je nymphen zijn: het gewicht van de nymph, de tippet dikte, de stroomsnelheid en diepte van het water, en wat vaker vergeten wordt is het volume van de nymph. Paul gaf aan meestal recht onder de top te vissen van een 11 foot hengel. Daarbij gebruikt hij bi color indicator nylon, en de vliegenlijn blijft dus op de reel om minder weerstand van het water te hebben, en optimaal contact met de nymphen. Paul vist in de Ardennen ook op de barbeel. De barbeel plant zich voort rond eind april tot eind mei. Het foerageren is goed te herkennen aan de “snorkelende” bewegingen waarbij de ene barbeel het voedsel aan het begin van de pool los woelt, en terug zwemt naar het eind van de pool waar de anderen liggen. Goed observeren en dan pas gaan vissen is dus hierbij belangrijk. Hij vist dan met 2 nymphen met  de zwaarste op de dropper waardoor de andere wat boven de boden dwarrelt.
Na deze uitgebreide uitleg kon er gebonden worden.

De eerste was een peeping cadis (Links op de foto) aan de beurt. Die werd gebonden op een langstelige Tunca TE110 haak. Al het benodigde materiaal had hij per type nymph in een apart zakte per persoon verpakt. Als eerste ging de slotted tungsten bead op de haak waarna de binddraad welke dezelfde kleur heeft als de body, werd opgezet. De 2mm dikke groene cenille was al voorbereid. Het uiteinde was namelijk al met een aansteker verwijderd en voorzien van zwarte lak. Nadat deze op de haaksteel was gebonden werd een patrijs veertje waarvan alleen de voorste fibers aanwezig waren naar achter ingebonden en om de haaksteel gewikkeld. Daarna kwam de body van dubbing aan de beurt. De binddraad werd daarbij niet gewaxed om te zorgen dat het water er in opgenomen kan worden zodat de nymph de diepte haalt. Daarna kon de nymph worden afgeboden. Als laatste haalde hij de vlam van de aansteker langs de dubbing om alle uitstekende deeltjes weg te branden. Het is daarbij wel belangrijk de fibers van de patrijsveer tussen je vingers te houden zodat ook die niet verbranden. Dit wegbranden is er voor dat de nymph gladder wordt, minder volume krijgt,  en daarmee ook weer sneller op diepte kan worden gebracht.

De tweede was zijn versie van de Iron blue dun nymph. (Midden op de foto.) Deze werd geboden op een widegap TE115 #12. Hij begon met het plaatsen van de slotted tungsten bead, daarna werd de wijnrode dinddraad opgezet en een aantal fibers van een ministruisvogelveer als staatje / actractor op de haak gebonden. Net voor het staartje bond hij een bud (kontje) met de wijnrode binddraad. De versie met bud is een Iron blue dun versie en zonder een gewone blue dun. Een zilverkleurig ijzerdraadje bond hij in, waarna grijze dubbing aan de beurt was en daarna de ijzerdraad als ribbing. 2 verschillende kleuren cdc veertjes legde hij op elkaar en plaatste de fibers in een dubbinglus of gesplitste binddraad waarna die om de haak werd gewikkeld. Daarvoor kwam een blauwe glimmende dubbing waarna de Iron blue dun nymph kon worden afgebonden.

De laatste was een March brown nymph. (Rechts op de foto.) Deze bestond uit een widegap TE115 #12 haak, slotted tungsten bead en een staartje van fazantenstaart fibers. Als body bond hij 3 koperdraadjes in, 2 donkere en 1 wat lichter van kleur. Deze werden samen strak om de haaksteel vanaf de haakbocht tot aan de bead gewikkeld. Hierdoor kreeg hij dus direct een body met ribbing!
Daarna was weer de cdc aan de beurt en de dubbing ervoor, net als bij de vorige waarna de March brown nymph kon worden afgebonden.

In de zakjes die hij had uitgedeeld zat materiaal voor 2 stuks van iedere nymph waardoor we er thuis dus ook nog konden binden om te oefenen. Het was een zeer leerzame en gezellige bindavond, Paul bedankt!

 

Binden met Martin Westbeek.

Op 27 februari was de 2e bindavond van dit jaar met Martin Westbeek als voorbinder. De vlieg die hij voorbond was de Tilt Wing Dun, een droge vlieg. Het was weer gezellig druk, ondanks dat er een paar afmeldingen waren. Nadat het bindmateriaal was uitgedeeld bond Martin eerst de vlieg helemaal voor, zodat we konden zien hoe deze werd opgebouwd. Ook de technieken die nodig waren werden  toegelicht. Daarna konden we zelf ook aan de slag en bonden we met hem mee.
Nadat de haak in de vice was geplaatst, dit was de F-100BL #12 van Fasna, werd de olive binddraad #8 opgezet. Als eerste werden 6 fibers van coq de leon als staartje ingebonden. Het staartje was daarbij even lang als de haaksteel. Daarna was het lijfje aan de beurt, dit was Body Fly in de kleur olive dun van het merk Textreme, dat is een mooi wat glimmend synthetisch materiaal welke dun werd gebonden. Het voordeel van synthetisch materiaal is dat het geen water opneemt.

Aansluitend volgde de vleugel. Dit was gebleekte early season elk hair. Een plukje daarvan werd in de hair stacker geplaatst, waarop hij zachtjes tikte, dus geen herrie door er hard mee op de tafel te slaan, waardoor de puntjes allemaal mooi gelijk kwamen te liggen. Nadat deze voorzichtig uit de hair stacker waren gehaald hield hij die eerst bij de puntjes vast. Daardoor was de pluizige ondervacht welke tussen het haar aan de dikke zijde zit goed zichtbaar. I.p.v. deze eruit te kammen, blies hij deze eruit, dat werkte voortreffelijk. Het inbinden van de elk hair als vleugel, is eigenlijk het moeilijkste van deze vlieg. Deze dient namelijk mooi boven op de haak te liggen en goed vast te zitten. Hij hielt daarbij de vleugel strak vast in de linker hand boven op de haaksteel, de lengte was tot net voorbij de haakbocht. Als eerste legde hij er een wikkeling met de binddraad los omheen, en de 2e trok hij stevig omhoog aan. Let daarbij op dat je de draad niet kapot trekt. (Dat overkwam Martin dus ook.) Daarna volgde er nog een paar strakke wikkelingen over de vleugel en daarna afgewisseld met wikkelingen onder de vleugen bij het haakoog. Daardoor kwam de vleugel goed vast te zitten en kon hij deze los laten. Daarna werden er nog een aantal wikkelingen afwisselend over de vleugel en achter onder de vleugel gelegd waar deze wat omhoog kwam te staan. Ook de lange uiteinden van de elk hair die over het haakoog staken werden omhoog gezet. Tijdens het binden liep Martin regelmatig rond om te kijken of het bij iedereen lukte, en daar waar nodig hielp hij, of gaf extra tips.
Vervolgens was het splitsen van de binddraad aan de beurt. Hier bestede hij extra aandacht aan omdat dit vaak niet meevalt. In de fabriek worden de vezels van de binddraad rechtsom, met de wijzers van de klok mee opgedraaid waardoor de draad rond wordt. Om dit ongedaan te maken dien je de bobinholder met de draad dus linksom, tegen de wijzers van de klok in, te laten draaien. Om de draad vervolgens plat te maken, trek je deze over een voorwerp heen waardoor de vezels naast elkaar komen te liggen en je deze net een scherpe naald in tweeën kan splitsen over een lengte van een paar centimeter. In de ontstane lus werden de fibers van een cdc veer, dus zonder de stam, gezet en vervolgens werd de bobinholder linksom, met de wijzers van de klok mee, gedraaid waardoor de fibers vast kwamen te zitten. De draad met de cdc fibers werd daarna aan de bovenzijde van de haak om de omhoog staande elk hair gewikkeld. Deze cdc doet dus dienst als pootjes van de vlieg. tenslotte werd de binddraad bij het haakoog afgebonden. Nadat het overtollige elk hair bij het haakoog niet te kort was afgeknipt, was de Tilt Wing Dun klaar.



Dat was dan ook het moment om even pauze te houden en van een drankje te genieten. Omdat er behoorlijk wat technieken in deze vlieg verwerkt zijn bonden we deze droge vlieg allemaal nog een keer, en zoals verwacht zag deze 2e er veel beter uit!
Daarmee kwam deze geweldige bindavond tot een eind. Martin super bedankt.